Blog
30 januari 2010
Blessa
Een blessure is een vorm van lichamelijk letsel die men door het beoefenen van sport heeft gekregen.Ik ben blessa. O wat heb je dan? Tja, last van mijn knie. Vervelend.Maar wat doe je eraan?
‘Niks’ is vaak het antwoord, passief herstellen en actief rusten zijn vrijwel de enige oplossingen, investeren in herstel moet je. De trainingen worden vervangen door een meer dynamische en cyclische belasting: Een fietstocht naar de fysio. Hier worden alle technieken op je lijf losgelaten van frictie tot ultrasound en aan het einde van de sessie soms nog een brandend zalfje of tot slot fleurig verbonden en ingetapet. Dit allemaal om het herstel te bevorderen en zo snel mogelijk weer aan de bak te kunnen. Vaak ontstaat een blessure door overbelasting of het verkeerd uitvoeren van bepaalde bewegingen. Is het dan niet beter je lichaam gewoon de echte rust te gunnen? Overbelasting, te veel vragen van je lichaam, te lang negeren van pijn. Dan ga je ook nog eens je herstel onder druk zetten en forceren.. nee het enige dat je lichaam probeert af te dwingen is rust, even een vrede tussen lichaam en geest.
Pijn is een keuze.Te lang negeren van pijn is vaak de oorzaak van blessures. Pijn begint bij de zenuw uiteinden die geprikkeld worden of door het beschadigd zijn van zenuwen. Deze elektrische stroompjes dringen niet zonder reden door tot ons bewustzijn. Wanneer de reflexen niet voldoende zijn moet je zelf anticiperen op de situatie, ken je lichaam en ga na waar de pijn zich bevind. Je zult erachter komen dat het altijd tussen je oren zit, ergens in de hersenen. Pijn zou je ook zelf kunnen creëren, niet door tegen de muur te slaan maar door te visualiseren. Met genoeg verbeeldingskracht en concentratie ben je hier toe in staat, maar dus ook het omgekeerde. Pijn wegdenken. Net zo effectief als pijnstillers, en dus ook met hetzelfde gevaar. Het gevaar dat je geest niet ‘luistert’ naar je lichaam, de prikkels grofweg negeren als in een slaaf – tiran verhouding. Waarin het lichaam de slaaf is die overbelast word en uiteindelijk zal bezwijken onder de opgelegde fysieke arbeid. Zoals een medicus altijd tegen mij zei: “Pijn is je vriend.”
Op zo’n moment wil je alleen maar dat de pijn weg gaat. Dat was toen, nu begrijp ik mijn vriend. Mijn vriend die me waarschuwt voor het gevaar dat op de loer ligt, de vriend die het beste met me voor heeft en me vooral een lang en gezond leven toewenst. Een vriend die er altijd is wanneer je hem nodig hebt, zo iets behandel je toch ook als een echte vriend. Behandel hem met respect en vertrouw op zijn oplettendheid, neem aan waar hij je bewust van maakt en anticipeer hierop.
Wanneer je tegen een vriend verteld: ‘Ik heb een droom, ik wil een sportieve topprestatie leveren!’ Zal hij na verloop van tijd inzien dat het niet gezond kan zijn, hij zal je waarschuwen en te denken zetten door zijn goede raad te geven. Dan is het alleen nog maar een kwestie van afwegen, aan de ene kant je goed bedoelende vriend en het wederzijdse respect en vertrouwen, aan de andere kant je droom, ambitie en grote passie voor sport. Wat weegt het zwaarst? Stel nou eens voor dat deze vriend jou pijn is. De pijn die het verteld wanneer te pauzeren en je laat merken dat hij het niet eens is met je droom en je ambities in de sport. De keuze is geheel aan jou.
De bewuste ‘Cortex’
Zondag 6 december 2009
’s-Heerenberg: 7:00 klinkt er een wekker in Doetinchem, Ik heb goed geslapen maar zal ik nog een uurtje blijven liggen of kan ik beter op tijd eten? Was het nou 2 of 3 uur dat je voor de wedstrijd moet eten? Het regent buiten, misschien krijg ik wel koude spieren en doorweekte sokken. Door de regen zit er altijd veel zuurstof in de lucht. Ja laat ik het maar positief benaderen. Bovendien krijg ik dan ook niet zo snel een droge keel tijdens het lopen. Of kan ik het beter maar zo slecht mogelijk verwachten en juist even negatief visualiseren? Dan kan het tijdens de wedstrijd alleen nog maar meevallen en krijg ik tijdens het lopen weer motiverende prikkels. Of misschien moet ik luisteren naar een extern signaal en doen wat mijn trainer zegt. “Think positive” maar de oneliner; ”Never negative, only realistic.” brengt me in twijfel is mijn gedachte negatief of gewoon de Hollandse nuchterheid?
Wat is het beste voor mij?
Die vraag speelt er op zo’n wedstrijddag door mijn hoofd, iedere keuze kan mijn kans doen stijgen of juist dalen. Nee, echt makkelijk is het niet om prikkels om te zetten in een gedachte en uiteindelijk in het juiste gevoel. Er komen dagelijks ontelbaar veel prikkels binnen onder andere via je zintuigen, dit zijn bijvoorbeeld prikkels als: kijken, lezen, voelen, bewegen, ruiken, proeven, horen, enzovoorts
Het overgrote deel van deze prikkels wordt onbewust verwerkt in je hersenen. Maar er is ook een deel dat gestuurd wordt door de Cortex, ook wel ‘hersenschors’. Dit is de kronkelige buitenkant van de hersenen. Hierin wordt alles waar jij je van bewust bent beheerd en beheerst, deze is dus logischerwijs ook veel meer ontwikkeld bij ons, de mens, dan bij andere organismen.
Al die twijfel op de wedstrijddag heb ik dus te danken aan mijn Cortex, toen ik bijvoorbeeld vanochtend via verschillende zintuigen er achter kwam dat de ramen nat waren donkere bewolking zag en een vochtige en koude lucht opsnoof. Maar gaven die prikkels mij direct het bewustzijn dat het regenachtig was die dag? Bijna, er is nog een belangrijke speler; herkenning. Herkenning speelt een niet te onderschatten rol bij je bewustzijn. Je herkent een situatie door middel van prikkels die je hebt ervaren en opgeslagen, dus hier speel je op in. Bijvoorbeeld door het feit dat het regent, zal jij je zo goed mogelijk kleden en maatregelen treffen om niet nat en koud te worden. Dit proces noemt men een cognitief proces, dit is gebaseerd op het vermogen van herkenning en herhaling. Dat is dus het gene wat ik aan het doen ben tijdens een training, of deze nu fysiek is of mentaal. De cognitieve processen die betrokken zijn bij een fysieke training gebruik je al van jongs af aan. Wanneer een kind ‘een breuk’ ervaart tussen zijn wensen en behoeften enerzijds en de omgeving anderzijds zal het streven naar een evenwicht. Deze aanpassing aan de omgeving kan worden gezien als een ontwikkeling van de intelligentie, en verloopt in zogeheten fasen waar ik je nu overigens niet mee wil lastig vallen. Het tempo hiervan verschilt van persoon tot persoon en is erg leeftijd gebonden.

Battle between body and soul
Foto: Ruud Menting
In praktijk
Het is me duidelijk dat al die meespelende factoren op de wedstrijddag allemaal prikkels zijn die door mij herkend worden en zo een bepaald gevoel met zich meebrengen. Automatisch schets ik hier een scenario, bij door middel van alle prikkels die ik in verband met deze dag verwacht. Van de omgeving van ’s-Heerenberg tot aan het moment van verzuren van mijn kuiten. Ook het heerlijke gevoel van onoverwinnelijk zijn en voldaanheid na de finish komt in me op. De eindsprint onder ogen van menige mensen en even die knipoog in de camera, of zelfs even die 2 vingers in de neus. Ja, een beetje mediageil zijn de meeste sporters wel. Alles moet kloppen wordt vaak gezegd wanneer ze het hebben over een topprestatie, hier kan ik me wel in vinden. Fysiek moet het natuurlijk goed zitten maar veel mensen onderschatten de mentale aspecten. Ik ben er van overtuigd dat je het meeste zelf kan laten kloppen, weer die regen als voorbeeld. Je wilt een persoonlijke topprestatie gaan leveren, voor het gemak neem ik maar even mijn voor de hand liggende droomdoel; 800meter Olympische Spelen.
Ik ben me aan het voorbereiden voor de start, naast een heleboel gedachten schiet er opeens te binnen dat het regent tijdens mijn Olympische race. Ik heb al zo vaak in de regen gelopen en iedereen kan wel bedenken dat dit niet ideaal is. Door de cognitieve processen(herkenning) gaan de sombere gedachten overheersen, en krijg ik zelftwijfel. Dit herken ik meteen en heb ook ervaren dat dit niet ten goede komt van mijn te leveren prestatie. Even een moment relativeren dus, iedereen heeft toch dezelfde regen in de race? Wat maak ik me dan druk, misschien denken mijn concurrenten ook wel negatief. En krijgen ze zelftwijfel, worden onzeker en lopen daardoor minder goed. Voor mij is de regen positief: ik krijg geen droge keel, de lucht zit vol zuurstof, ik kom uit een land waar het altijd regent, deze omstandigheden zijn heel herkenbaar voor mij en dus ben ik misschien wel beter voorbereid!
In de callroom(waar atleten zich melden voor de start) praat een concurrent maar even over het weer om de onaangename stilte te doorbreken, hij voelt zich dus ongemakkelijk en onzeker? Hij klaagt: “It’s dam’n wet outside eh” Waarop ik zou antwoorden: “Yes, but I come from Holland, I’m used to rain” ja, en dan sterk met de nadruk op die laatste zin, zodat ze het allemaal horen.
Het is immers een mentale strijd, fysiek zou iedereen onder ons eigenlijk wel kunnen winnen op zo’n dag, dit geldt al helemaal voor de 800meter. Zo kan je dus iets negatiefs om zetten in een positieve gedachten en er zelfs je voordeel uit halen. Ik speel in op gedachtes van mijn concurrenten, wanneer zij zich onzeker gaan voelen wordt hun prestatie gewoon minder, dit is waar je op in moet spelen.
Een stukje intelligentie dus, hetgeen dat te trainen is door herkenning van het nieuwe en toepassing van het eerder opgedane patroonherkenning. Je het traint door het te doen. Bedenk en ondervind zelf dus maar wat jij moet doen om je intelligentie te trainen.